Zij ontvangen een netto-inkomen dat lager is dan dat van een vergelijkbaar (echt)paar met bijstand en maximale toeslagen. Daarmee komen zij netto uit onder het bestaansminimum. Gemeenten helpen het rijk bij het corrigeren van het gemis aan toeslagen van deze groep zogenoemde alleenverdieners, totdat er een definitieve fiscale oplossing wordt gerealiseerd per 2028.
Vanaf 2025 ontvangen deze alleenverdienerhuishoudens een vaste tegemoetkoming die de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid jaarlijks vaststelt. Voor 2025 is het bedrag van de vaste tegemoetkoming vastgesteld op € 1.000,-. Dit bedrag compenseert het gemis aan toeslagen voor circa 95% van de huishoudens. Voor huishoudens voor wie dit bedrag niet toereikend is kan een gemeente aanvullende individuele bijzondere bijstand toekennen.
De Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek is onderdeel van de Participatiewet. In de wet is artikel 46 lid 2 van toepassing verklaard. Hieruit volgt dat de vaste tegemoetkoming niet vatbaar is voor beslag. Dit is zo bepaald om ervoor te zorgen dat de tegemoetkoming daadwerkelijk kan worden besteed aan noodzakelijke kosten voor het levensonderhoud.
Voor meer informatie: Inkomensondersteuning alleenverdieners | VNG